De Stichting - Buurschappen - Bezienswaardigheden - Foto's - Gerealiseerde projecten - Periodieken
Agenda - Contact - Links
Dieverbrug Dwingeloo Eemster Geeuwenbrug
Leggeloo Lhee Lheebroek Westeinde
Buurschap Westeinde
Over de oorsprong van de naam Westeinde bestaat geen twijfels. Dit buurschap ligt enigszins ten westen van Dwingeloo. Het element ‘einde’ betekent hier: lange (straat-) weg waarlangs bebouwing. Ten oosten en zuidoosten ligt te Westeindiger-es, ten westen en noordwesten de weide- en hooilanden. Bronnen vermelden: West Einde (1812), Het Westeinde (1851-1855), Het Westeinde van Dwingelo (1867), ’t Westeinde (1868).
Dat de benaming pas laat voorkomt in de archieven komt dat het buurschap als onderdeel van Dwingeloo werd beschouwd. Een Dwingeler uit het einde van 16e eeuw wordt dan ook vermeld als ingezetene van de marke Dwingeloo zonder nadere plaatsbepaling wat normaliter wel gebruikelijk was. Zijn nakomelingen hebben trouwens tot 1893 steeds hetzelfde erf in het Westeinde bewoond, tegenover de havezate Oldengaerde. De kenmerkende lintbebouwing aan de noordwest rand van de es is al te herkennen op tekeningen van de essen uit 1640. Direct grenzend aan de zuidoost-zijde van de huidige straatweg Dwingeloo-Westeinde, het voormalige kerkpad, lagen (tot aan de villa Nyengaerde) de zogenaamde woerden. Deze percelen akkerland zijn ontstaan vóór de middeleeuwen en waren toen in gebruik als huisplaats. De huidige hoevenreeks mag beschouwd worden als de opvolger van deze eerste nederzetting.

Havezate Oldengaerde

Het beeld van het buurschap wordt sterk bepaald door de aanwezigheid van één van de vier havezaten die Dwingeloo heeft gekend, namelijk de Oldengaerde (zie: Bezienswaardig-
heden). Het landgoed is in 1808 aangekocht door jonkheer Aalt Willem van Holthe, burgemeester van Dwingeloo van 1812 tot 1852. Oldengaerde is sindsdien door vererving in de familie gebleven. Zijn nakomelingen hebben het Westeinde in de 20e eeuw verfraaid met enkele villa’s als: De Bork (1910), Olden Hut (1916), Nije Batinghe (1923) en Nyengaerde (1926). In dit laatste huis hebben van 1936 tot en met 1969 de Dwingeler burgemeesters W.A. Stork en W.W. Hopperus Buma gewoond.
In het Westeinde hebben van oudsher voor het overgrote deel eigenerfden landbouwers gewoond. De vele grote Saksische boerderijen zijn hiervan nog getuige. Van een aantal is recentelijk de geschiedenis achterhaald: Westeinde 20 gaat zeker terug naar het einde van de zestiende eeuw en is vergroot volgens de muurankers op de voorgevel in 1711; Westeinde 49 stamt uit het begin van de achttiende eeuw en nummer 24 is gebouwd in 1825 op de plaats van een verbrandde zeventiende eeuwse voorganger. Tegenwoordig is nog maar één boerderij in gebruik als agrarisch bedrijf (Westeinde 18). Een bekend punt van samenkomst was de op het brinkje bij Oldengaerde, door de bewoners de ‘dreetippe’ genoemd, staande dikke boom. Oorspronkelijk liep de weg ‘de Westendiger diek’, de hoofdweg naar Dwingeloo, vanaf hier achter de boerderijen langs. Bij een ruilverkaveling 1978 verdween deze fraaie landelijke weg. Op de genoemde ‘dreetippe’ heeft de Stichting Dwingels Eigen’ in 2002 een toeristisch informatiepaneel over de geschiedenis van Oldengaerde geplaatst. Het bleek een schot in de roos te zijn; vele fietsers en automobilisten nemen de moeite te stoppen om de informatie tot zich te nemen. Het Westeinde werd in 1987 tot beschermd dorpsgebied verklaard.